De historie van de voetbalcompetitie

De Nederlandse voetbalcompetitie: vruchtbare bodem voor talent en kwaliteit

De Nederlandse voetbalcompetitie is historisch gezien een van de sterkste competities van Europa. Met 6 Europa Cup I’s (waarvan 4 keer voor Ajax, 1 keer voor Feyenoord en 1 keer voor PSV) zijn wij succesvoller dan landen als Portugal en Frankrijk. Dit betekent dat de Nederlandse competitie meer voormalige Europese kampioenen bevat dan Spanje en even veel als Duitsland en Italië. Slechts één land heeft meer Europese clubkampioenen voortgebracht dan Nederland, namelijk Engeland. Dergelijke feiten zijn, met name in het huidige voetbalklimaat, tamelijk bijzonder. De voetbalcompetitie in Nederland wordt al sinds de negentiende eeuw gespeeld. Vanaf 1956 wordt betaald voetbal geïntroduceerd en de Eredivisie opgericht. Een van de redenen voor het overweldigende historische succes van Nederlandse clubs op internationaal niveau, is dat de Eredivisie altijd een bakermat is geweest van aantrekkelijk, aanvallend voetbal waarbij technische verfijndheid altijd even belangrijk werd geacht als tactische geslepenheid. Hoewel vanwege de influx van het grote geld in de eenentwintigste eeuw de status van de Eredivisie minder is geworden, is een ding niet veranderd. Het is jaar na jaar nog steeds de meest productieve competitie van Europa. Ajax is de meest succesvolle Eredivisie club aller tijden met 33 titels. Het feit dat Nederland voor een ware voetbalrevolutie heeft gezorgd met de uitvinding van ‘totaal voetbal’ is met name te danken aan Johan Cruijff en consorten die eind jaren ’60 begin jaren ’70 bij Ajax speelden. Dit is de voornaamste reden, samen met de ontelbare grote voetballers die Nederland heeft voortgebracht, waarom het Nederlands voetbal ontzettend hoog aangeschreven staat, en dat de letters “KNVB” op het shirt van de nationale ploeg voor vele buitenlandse bewonderaars niets minder dan een ereteken is.